DE BOUWSTEENTJES - gebruikte logo


LEGO is een Deense speelgoedfabrikantdie bekend is geworden met gekleurde kunststofblokjes. De blokjes worden onder de naam 'LEGO' verkocht; zodoende refereert de naam niet alleen aan de fabrikant, maar is deze ook een soortnaam voor het speelgoed geworden. De fabrikant is de grootste speelgoedfabrikant van Europa met een omzet van 11,7 miljard Deense kroon (1,57 miljard euro) in 2009. Inmiddels heeft LEGO al twee keer de prijs 'speelgoed van de eeuw' gewonnen. De LEGO Group is de op vier na grootste speelgoedfabrikant van de wereld.

De geschiedenis van LEGO:

In 1916 begon Ole Kirk Christiansen in het Deense stadje Billund een houtbewerkingszaakje. De eerste jaren maakte hij voornamelijk meubels, maar vanaf 1932 ging hij zich ook toeleggen op houten speelgoed en kwam de naam LEGO in gebruik. De naam "LEGO" is afgeleid van de Deense woorden 'LEg GOdt' (speel goed). Later bleek het woord in het Latijn te interpreteren als 'ik verzamel' (ook 'ik kies' of 'ik lees').

Toen na de Tweede Wereldoorlog het gebruik van kunststof steeds populairder werd ging Christiansen dit materiaal ook gebruiken voor zijn speelgoed. In 1947 begon het bedrijf onder licentie plastic bouwstenen te produceren: blokjes met aan de bovenkant ronde noppen en hol aan de onderzijde, waardoor de blokjes aan elkaar verbonden konden worden. In 1957 patenteerde LEGO een belangrijke verbetering: door buisjes in de onderzijde van de steentjes te plaatsen, konden ze op meer manieren aan elkaar verbonden worden. Dat werd het LEGO-steentje zoals we dat nu kennen. In die tijd werd echter een mindere kwaliteit plastic (celluloseacetaat) gebruikt.

De slechte kwaliteit van de steentjes bezorgde LEGO een slechte naam en de zaken gingen steeds slechter. In 1958 stierf Ole Kirk Christiansen en de zaken werden overgenomen door zijn zoon Godtfred Christiansen. Langzaam ging de kwaliteit van de kunststof steentjes vooruit en de zaken gingen beter. Nadat in 1960 een opslagplaats in vlammen opging, werd besloten te stoppen met het houten speelgoed en de kunststofblokjes tot 'core business' te verheffen.

In 1961 werd het systeem met wielen uitgebreid. Hierdoor werden de mogelijkheden veel groter. LEGO werd vanaf dit jaar ook verkocht in de Verenigde Staten en Canada.

In 1962 worden elementen geïntroduceerd waarvan de hoogte 1/3 was van de standaardhoogte.

In 1963 werd de tot op dat moment gebruikte kunststof celluloseacetaat verruild voor het stabielere Acrylonitril butadieen styreen (ABS), het materiaal dat tot op heden nog wordt gebruikt.

In 1966 werd één van de meest succesvolle LEGO-series gelanceerd; het LEGO treinsysteem. Met een motor van 4,5 volt (later 12 volt en nog later 9 volt) kon met zelfgebouwde treintjes over rails worden gereden (en in 2006 werden draadloos bestuurbare treintjes op de markt gebracht).

In 1969 werd een nieuw, speciaal op jonge kinderen gericht, systeem op de markt gezet: DUPLO. De DUPLO-stenen waren groter dan de gewone LEGO-steentjes en bevatten geen kleine onderdelen (inslikkingsgevaar).

Vanaf 1970 kende LEGO een enorme groei. Er werden wereldwijd meerdere nieuwe fabrieken opgezet en het assortiment werd steeds groter. 'FABULAND' was gericht op kleinere kinderen om eigen fantasiewerelden te bouwen en in 1977 ontstond de 'LEGO Technic' serie. Hiermee konden (vooral) zeer gedetailleerde voertuigen gebouwd worden en de mogelijkheden waren vrijwel eindeloos. In 1987 werd de 'Technic' serie uitgebreid met 'LEGO Pneumatic'. Een paar jaar eerder, begin jaren tachtig werd voor het eerst Ruimtevaart LEGO uitgebracht waarmee ruimteschepen, raketten en maanvoertuigen gebouwd konden worden. Dit is een van de eerste thema-sets waar er rondom een onderwerp een serie van producten wordt uitgegeven.

Eén van de laatste uitbreidingen op de kunststofblokjes zijn de LEGO Mindstorms 'Robotic Invention Systems'. Hiermee zijn robots te bouwen die door middel van sensoren op hun omgeving kunnen reageren. Er zijn verschillende soorten programmeerblokjes, de oudere zijn 'voorgeprogrammeerd', de nieuwste soorten RCX en NXT zijn ook zelf te programmeren. Met die systemen kun je je robot tot 'leven' wekken. Hiervoor zijn intussen meerdere programmeertalen beschikbaar.

Maar ook in de originele LEGO kwam een vernieuwing. De zogenaamde 'System'-LEGO bestond aanvankelijk alleen uit rode en witte steentjes, nadien kwamen er daken, deuren en ramen bij. Groene blokjes werden ontworpen zodat boompjes en bouwplaten mogelijk werden. Nadien werd geel een populair gebruikte kleur. De modernste kleuren zijn lichtgroen, lichtblauw en Winnie The Pooh-oranje. (Wat ook gebruikt wordt in de nieuwe pompoenmodellen in Legoland-Billund.)

In 1988 verliep het laatste patent van voor de originele blokjes; sindsdien zijn er verschillende fabrikanten die gelijkvormige blokjes maken onder andere namen. In november 2008 verwierp het Hof van Justitie van de Europese Unie een beroep van het bedrijf op het Europees merkenrecht: het Hof stelde dat technische functies (zoals bouwsteentjes) geen beschermd merk kunnen zijn. Deze uitspraak werd nogmaals bevestigd in 2010.

Op 28 januari 2008 vierde LEGO zijn 50ste verjaardag. Daarvoor werden er minifigs van popsterren gemaakt. Het waren Amy Winehouse, Madonna en Cliff Richard. De webpagina van Google toonde speciaal voor deze gelegenheid een aangepaste versie van het Google-logo.

Door de jaren heen zijn al veel LEGO gerelateerde wereldrecords gemaakt en verbroken. Op 6 juni 2010 werd te Limmen de hoogste LEGO-toren ter wereld gebouwd. Deze had een hoogte van 30,52 meter.

Ontwerp en productie:


De nieuwe Legosets worden voornamelijk in het hoofdkantoor in Billund ontworpen, maar het bedrijf heeft ook kantoren in München, Barcelona, Los Angeles en Tokio. De ontwerpgroep bestaat uit 120 personen van 15 verschillende nationaliteiten.


In 2004 zijn er wereldwijd meerdere fabrieken waar de LEGO-steentjes en accessoires worden geproduceerd. In Denemarken staan twee fabrieken en verder staan er fabrieken in de Verenigde Staten, Zwitserland, Zuid-Korea en Tsjechië. Gezamenlijk produceren deze fabrieken ongeveer 20 miljard LEGO-steentjes per jaar. Het assortiment bestaat uit ongeveer 2200 verschillende stenen die worden vervaardigd in 55 verschillende kleuren. De kwaliteitseis dat iedere mal slechts een afwijking van 0,002 millimeter mag hebben, zorgt ervoor dat er per miljoen stenen slechts 18 tussen zitten die niet aan de eisen voldoen. Alle Legostenen die van 1958 tot op heden zijn geproduceerd moeten op elkaar passen; het mag hierbij niet uitmaken in welk jaar of in welke fabriek de stenen zijn gemaakt.


De kunststof die wordt gebruikt om LEGO-bouwstenen te maken wordt door het Duitse chemieconcern Bayer geleverd.

Kwaliteit:


Vanaf het moment dat de populariteit begon te stijgen, werden de kwaliteitseisen hoger. De makers van LEGO ontwierpen "De 10 Geboden van LEGO", waarop de fabricage altijd zou worden afgesteld. Deze 10 geboden worden tot op heden gewaarborgd en nog steeds gerespecteerd bij het ontwerpen van nieuwe Legostenen. De "Geboden" houden onder andere het volgende in:


  • Zowel jongens als meisjes moeten met dezelfde LEGO kunnen spelen.
  • Per ontworpen blokje moet er een zeer groot aantal bouwmogelijkheden blijven; zes standaard bouwstenen (afmeting 2x4) zijn op maar liefst 915.103.765 verschillende manieren te combineren.
  • LEGO-blokjes moeten identiek zijn in afmetingen; de mallen die de stenen 'persen' hebben een afwijking van maximaal 0,002 mm. (Toen LEGO startte met het maken van de plastieken blokjes, was dit "slechts" 0,005 mm).
  • LEGO moet inventief zijn en de verbeelding mag de enige beperking zijn. Dit is overigens ook een slogan van LEGO: 'je verbeelding is de enige beperking'.
  • LEGO moet duurzaam zijn, wat betekent dat de kleur en de vorm van een bouwsteen niet mogen veranderen

Legoland:


Sinds 1968 bestaan er ook themaparken in LEGO-stijl. In dat jaar werd het eerste Legoland geopend in Billund. Eind jaren negentig werden nog twee parken gebouwd: in 1996 opende Legoland Windsor in Engeland en in 1999 Legoland California in de Verenigde Staten. Legoland Deutschland, het nieuwste park, opende in 2002. Legoland Windsor trekt jaarlijks 1,3 miljoen bezoekers. De overige drie parken worden jaarlijks door ongeveer 1,4 miljoen mensen bezocht.


Ondanks deze hoge bezoekersaantallen, hebben alle vier parken hun verwachtingen niet waar gemaakt: de parken behaalden niet hun beoogde winst. In juni van 2005 kocht de Blackstone Group, een investeringsbedrijf uit New York City, 70% van de aandelen van de vier parken en bracht deze onder de merknaam Merlin Entertainments Group. De LEGO Group behoudt tot op heden 30% van de aandelen.